Lucia Ravenstein

Beleving  Bezieling Bezinning
 

Geschiedenis van de stichting van de Sint Luciakerk

 

De katholieke Sint Luciakerk is gebouwd in 1735. Het Land van Ravenstein was destijds in bezit van een Duitse vorst, de toenmalige heer van Ravenstein: Karel Philips van de Palts-Neuburg.
Jezuïeten uit Duitsland bedienden de parochie. De financiering van de bouw door middel van een loterij is zeer bijzonder te noemen.


Het initiatief hiervoor kwam van Johan van Willigen, advocaat-fiscaal (officier van Justitie) in het Land van Ravenstein. Ook van buiten de grenzen van het Land van Ravenstein werden loten gekocht. In het Land van Ravenstein heerste godsdienstvrijheid, in tegensteling tot Holland waar het in het openbaar belijden van katholieke geloof niet was toegestaan. Er zijn slechts enkele bouwwerken in Duitse barokstijl bekend. De Sint Luciakerk is opgetrokken in baksteen. Het schip is gebouwd op een vierkante plattegrond met een uitgebouwd koor. Daartegen is een achtkantige toren gebouwd. De kerk heeft een mansardedak met koepelgewelf. Toren en dak zijn beide bekroond met eenzelfde lantaarn.

Het gebouw heeft vele elementen die van groot historisch belang zijn.

  • Boven de ingang als salvegarde het wapen van Karel Philips van de Palz-Neuburg, Graaf van Megen en Ravenstein.
  • In de afgeschuinde hoeken aan de buitenzijde van het schip zitten nissen met beelden.

Er is destijds veel geld geïnvesteerd in beeldhouwwerk en edelsmeedkunst.

  • Het inwendige koepelgewelf van stuc is beschilderd door Jos ten Horn en Piet Koppens.
     Ook deze schildering heeft een monumentale waarde.
  • Orgel met hoofdwerk uit 1866, gemaakt door FC Smits die het bouwde met oude materialen.
     Later gerestaureerd door Matthijs van Deventer.
  • Een statig hoogaltaar, preekstoel, koorbanken met rijkgesneden rugschotten,
     vervaardigd door Petrus Verhoeven.
  • Vier gesneden biechtstoelen.
  • 15e eeuws achtkantig doopvont welke afkomstig is uit de kerk van Neerlangel.
  • Vele eeuwenoude beelden en schilderijen.
  • Weelderig meest 18 e eeuws zilverwerk en houten reliekhouders.
  • Eikenhouten klokkenstoel uit 18 e eeuw van Petit en Fritsen en mechanisch torenuurwerk uit 1914.
  • Onder de vloer van de kerk bevindt zich een crypte, een overwelfde kelder met aan weerszijde 38 grafplaatsen. Deze waren tot 1828 in gebruik. In 1990 zijn de graven dichtgemetseld.